Ze hebben thuis allemaal griep gehad. Nu heeft zij het flink te pakken. En dan staat het huis ook nog op de kop. Kortom: chaos. Toch maakt Monique Wiggers graag tijd vrij om over ‘haar’ Stichting Kids te vertellen.
Monique heeft zelf twee gehandicapte kinderen en is medeoprichter van de Hengelose stichting die zich inzet voor zelfontplooiing van kinderen met een beperking. Vaak is die beperking een gevolg van een hersenbeschadiging. Werden zulke kinderen vroeger opgenomen in een tehuis of instelling en volledig verzorgd, nu wordt steeds vaker geprobeerd ‘eruit te halen wat erin zit’.
In het onderkomen van de Stichting Kids aan de Elsbeekweg 49a wordt hard gewerkt om kinderen die vanaf de geboorte bitter weinig kunnen, weer mee te laten draaien in de maatschappij. De stichting ijvert ervoor ze niet te laten opgroeien in een isolement, maar ze lekker te laten spelen met andere kinderen en ze zoveel mogelijk ook naar een gewone school te sturen. „Uitgaan van wat ze kunnen en niet van wat ze niet kunnen”, zegt Monique.
Monique Wiggers is ervaringsdeskundige als het gaat om het stimuleren van deze kinderen. Haar jongste zoon Joris heeft een ernstige hersenbeschadiging, al vanaf zijn geboorte; haar zoon Daan is autistisch en er is nog een gezond kind.
De familie Wiggers werd dit jaar ongelukkigerwijs ook nog eens geconfronteerd met een woningbrand. Op 4 september brandde het nieuwe huis in Slangenbeek voor een groot deel af. „We woonden er anderhalf jaar, waren er zo blij mee omdat het volledig was aangepast op de beperkingen van Daan en Joris. Nu wonen we tijdelijk in een appartement aan de Algonquin, bij de Weideweg. Een woning waar gelukkig ook alles gelijkvloers is.”
Joris is nu negen jaar en kan zo ongelofelijk veel meer dan werd gedacht. Het kereltje kwam vrijwel levenloos ter wereld. Zijn motoriek, zo werd direct zichtbaar, was ernstig aangetast. Monique, die niet bij de pakken neerzat, ging direct met hem zwemmen.
„Hij was drie of vier maand toen we al in het water dobberden. Hij was zo bang, een soort doodsangst voor water. Omdat zijn geboorte verre van vlekkeloos verliep heb ik het idee dat hij het zwemwater misschien wel associeerde met het vruchtwater. Geen idee of het zo is, het zou kunnen. Met dat zwemmen is dus de therapie begonnen. Toen hij anderhalf was had hij meer begeleiding nodig. We belandden bij Het Roessingh. Daar kreeg Joris elke week tweeënhalf uur therapie. Zo’n kind wordt daar als het ware in stukjes opgedeeld: elke week een stukje ergo of fysiotherapie. Ook elke week een stukje logopedie en creativiteit. Absoluut goed bedoeld en goed uitgedokterd, maar ik hield er niet van. Ik vond dat Joris veel meer nodig had en was dus niet tevreden.
Ging me ook met de behandeling bemoeien terwijl het revalidatiecentrum vond ik vooral ouder moest zijn. Maar ik wilde meedoen, mijn kind zoveel mogelijk leren. Ook thuis. Op het moment dat er werd gezegd dat Joris in een elektrische rolstoel zou moeten - hij was toen nog geen drie jaar - hoorde ik van deconductieve methode van de Hongaarse orthopedagoog en neuroloog Andras Petö.
De methode kenmerkt zich door de totaalbenadering van het kind met een handicap en zijn omgeving. Petö’s filosofie is dat we de omgeving van kinderen met een hersenbeschadiging niet moeten aanpassen aan hun beperkingen maar dat onze kinderen zich kunnen leren aanpassen aan de omgeving. Het doel is dat kinderen een zo groot mogelijke vorm van zelfstandigheid bereiken en waar mogelijk integreren in de samenleving. Joris kon vrijwel niets. Niet praten, niet staan, niet zitten, niet lopen. „Eigenlijk kon hij alleen op zijn rug liggen. Omdraaien op de buik ging niet. Omdat we met onze therapie uitgaan van de gehele mens, met rust en regelmaat in het leven, zijn we ver gekomen. Een benadering waar we echt in geloven.
De Nederlandse zorg gaat zo betuttelend om met ouders als wij. Er wordt vooral naar de beperkingen gekeken, terwijl wij eruit halen wat erin zit. Joris kan zich nu op de buik rollen, op de knieën spelen en op een kruk aan tafel zitten. Of we dat bij Het Roessingh ook voor elkaar hadden gekregen kan ik niet bewijzen.”
In Nederland wordt bij een gehandicapt kind vaak sterk gekeken naar de
beperkingen. Stichting Kids zoekt oplossingen voor wat het kind wél kan.
Bron>De Twentsche Courant Tubantia 18/11/2008
Stichting Kids heeft van de NEO Businessclub een bedrag van € 210 mogen ontvangen.
Ballonnen, vlaggetjes, cupcakes, een springkussen en heel veel vrolijke kinderen. Dat was het geslaagde jubileumfeestje van Stichting Kids
Op donderdag 3 november verscheen er een prachtig artikel in de Bornsche Courant. Marianne en Elisabeth vertellen waar het om draait bij Stichting Kids!