Blijven geloven in wat gehandicapte kinderen nog wel kunnen.

30-11-2008

Monique haalt uit het kind wat erin zit.

Ze hebben thuis alle­maal griep gehad. Nu heeft zij het flink te pakken. En dan staat het huis ook nog op de kop. Kortom: chaos. Toch maakt Monique Wig­gers graag tijd vrij om over ‘haar’ Stichting Kids te vertellen.

Monique heeft zelf twee gehandi­capte kinderen en is medeoprich­ter van de Hengelose stichting die zich inzet voor zelfontplooiing van kinderen met een beperking. Vaak is die beperking een gevolg van een hersenbeschadiging. Wer­den zulke kinderen vroeger opge­nomen in een tehuis of instelling en volledig verzorgd, nu wordt steeds vaker geprobeerd ‘eruit te halen wat erin zit’.

In het onderkomen van de Stich­ting Kids aan de Elsbeekweg 49a wordt hard gewerkt om kinderen die vanaf de geboorte bitter wei­nig kunnen, weer mee te laten draaien in de maatschappij. De stichting ijvert ervoor ze niet te la­ten opgroeien in een isolement, maar ze lekker te laten spelen met andere kinderen en ze zoveel mo­gelijk ook naar een gewone school te sturen. „Uitgaan van wat ze kun­nen en niet van wat ze niet kun­nen”, zegt Monique. 

Aan de Els­beekweg volgen wekelijks twaalf kinderen een bijzondere therapie, die ze zover moet brengen.

Monique Wiggers is ervaringsdes­kundige als het gaat om het stimu­leren van deze kinderen. Haar jongste zoon Joris heeft een ernsti­ge hersenbeschadiging, al vanaf zijn geboorte; haar zoon Daan is autistisch en er is nog een gezond kind.

De familie Wiggers werd dit jaar ongelukkigerwijs ook nog eens geconfronteerd met een wo­ningbrand. Op 4 september brand­de het nieuwe huis in Slangen­beek voor een groot deel af. „We woonden er anderhalf jaar, waren er zo blij mee omdat het volledig was aangepast op de beperkingen van Daan en Joris. Nu wonen we tijdelijk in een appartement aan de Algonquin, bij de Weideweg. Een woning waar gelukkig ook al­les gelijkvloers is.”

Joris is nu negen jaar en kan zo on­gelofelijk veel meer dan werd ge­dacht. Het kereltje kwam vrijwel levenloos ter wereld. Zijn moto­riek, zo werd direct zichtbaar, was ernstig aangetast. Monique, die niet bij de pakken neerzat, ging di­rect met hem zwemmen.

  „Hij was drie of vier maand toen we al in het water dobberden. Hij was zo bang, een soort doodsangst voor water. Omdat zijn geboorte verre van vlekkeloos verliep heb ik het idee dat hij het zwemwater misschien wel associeerde met het vruchtwater. Geen idee of het zo is, het zou kunnen. Met dat zwem­men is dus de therapie begonnen. Toen hij anderhalf was had hij meer begeleiding nodig. We be­landden bij Het Roessingh. Daar kreeg Joris elke week tweeënhalf uur therapie. Zo’n kind wordt daar als het ware in stukjes opge­deeld: elke week een stukje ergo ­of fysiotherapie. Ook elke week een stukje logopedie en creativi­teit. Absoluut goed bedoeld en goed uitgedokterd, maar ik hield er niet van. Ik vond dat Joris veel meer nodig had en was dus niet te­vreden.

Ging me ook met de be­handeling bemoeien terwijl het revalidatiecentrum vond ik vooral ouder moest zijn. Maar ik wilde meedoen, mijn kind zoveel moge­lijk leren. Ook thuis. Op het mo­ment dat er werd gezegd dat Joris in een elektrische rolstoel zou moe­ten - hij was toen nog geen drie jaar - hoorde ik van deconductieve methode van de Hongaarse ortho­pedagoog en neuroloog Andras Pe­tö.

De methode kenmerkt zich door de totaalbenadering van het kind met een handicap en zijn om­geving. Petö’s filosofie is dat we de omgeving van kinderen met een hersenbeschadiging niet moeten aanpassen aan hun beperkingen maar dat onze kinderen zich kun­nen leren aanpassen aan de omge­ving. Het doel is dat kinderen een zo groot mogelijke vorm van zelf­standigheid bereiken en waar mo­gelijk integreren in de samenle­ving. Joris kon vrijwel niets. Niet praten, niet staan, niet zitten, niet lopen. „Eigenlijk kon hij alleen op zijn rug liggen. Omdraaien op de buik ging niet. Omdat we met on­ze therapie uitgaan van de gehele mens, met rust en regelmaat in het leven, zijn we ver gekomen. Een benadering waar we echt in geloven.

De Nederlandse zorg gaat zo betuttelend om met ouders als wij. Er wordt vooral naar de beper­kingen gekeken, terwijl wij eruit halen wat erin zit. Joris kan zich nu op de buik rollen, op de knieën spelen en op een kruk aan tafel zit­ten. Of we dat bij Het Roessingh ook voor elkaar hadden gekregen kan ik niet bewijzen.”


In Nederland wordt bij een ge­handicapt kind vaak sterk geke­ken naar de beperkingen. Stich­ting Kids zoekt oplossingen voor wat het kind wél kan.

Monique Wiggers zegt dat er binnen de Stichting Kids nog plaats is voor kinderen met een beperking.

 Bron>De Twentsche Courant Tubantia 18/11/2008

Terug

NEO Businessclub schenk bedrag aan Kids!

Stichting Kids heeft van de NEO Businessclub een bedrag van € 210 mogen ontvangen.

Meer informatie


Jubileum Stichting Kids!

Ballonnen, vlaggetjes, cupcakes, een springkussen en heel veel vrolijke kinderen. Dat was het geslaagde jubileumfeestje van Stichting Kids

Meer informatie


Stichting Kids in Bornsche Courant

Op donderdag 3 november verscheen er een prachtig artikel in de Bornsche Courant. Marianne en Elisabeth vertellen waar het om draait bij Stichting Kids!

Meer informatie


Nieuwsarchief